
Staat gevormd door een stad en het omliggend gebied.
Persoon, meestal van adellijke afkomst, die de leiding deelt met anderen in de stadstaat.
Zelfvoorzienend of economisch in staat zijn om volledig voor zichzelf te zorgen.
Oud-Griekse zwaarbewapende infanterist (= soldaat die te voet vecht).
De toestand waarin mensen niet vrij zijn, omdat ze het bezit zijn van iemand anders.
De verplaatsing van groepen mensen van de ene plaats naar de andere.
Samenleving waarbij de bevolking in verschillende lagen of groepen is ingedeeld. De positie in de samenleving werd bepaald door afkomst of geboorte.
Gesloten groep mensen in een samenleving met gelijke rechten en plichten.
Stand in de samenleving die de politieke macht in handen heeft.
De macht wordt uitgeoefend door mannen uit belangrijkste families.
bestuursvorm waarin iedereen gelijk is en samen beslissingen neemt
Democratie waarbij het volk zelf de wetten stemt.
De macht ligt bij één persoon, vaak een koning(in), en is erfelijk.
Staatsvorm waarbij de macht verdeeld is over meerdere mensen
De gewone Romeinse burger, vaak boeren, ambachtslieden en handelaars.
Een lid van de Romeinse adel. Het woord is afkomstig van pater, het Latijnse woord voor vader.
De Senaat besliste over de schatkist en buitenlandse politiek. Er waren 300 leden, voornamelijk patriciërs. De Senaat gad advies aan de Volksvergadering.
De hoogste magistraat in de Romeinse republiek. Voorzitter van de senaat en opperbevelhebber van het leger.
Het recht om een beslissing tegen te houden.
Een magistraat werd verkozen om een officiële taak in het bestuur van de staat uit te voeren, zoals wetten uitvoeren, rechtspreken of het leger leiden.
Tijdelijk aangestelde leider met bijna volledige macht om een noodsituatie op te lossen.
De Volksvergadering stelde de magistraten en consuls aan. Ze stemden ook over de wetsvoorstellen en beslisten over oorlog en vrede. Zowel patriciërs als plebejers namen deel aan deze vergadering.
Iemand die de rechten van de plebejers verdedigt
De macht ligt bij het volk. Het volk heeft inspraak in de wetgeving en het bestuur van het land.
Een veroverd gebied buiten het Italiaanse Schiereiland dat door Rome werd bestuurd.
Een beleid waarbij een staat zijn macht uitbreidt over andere landen of gebieden door middel van verovering of politieke controle.
Een wereldrijk.
De rijken van de generaals en opvolgers van Alexander de Grote.
Het deel van de bevolking dat arm en bezitloos was. Zij genoten geen Romeins burgerrecht.
Vrije inwoners uit het Romeinse Rijk zonder burgerrechten.
Vaak de oudste man of man van hoogste stand. Hij had in de Romeinse samenleving het volledige beslissingsrecht over zichzelf en zijn gezin, ook over leven en dood.
Verschillen in inspraak, inkomen en rechten tussen groepen mensen binnen een samenleving.
Rijke elite in de late Romeinse Republiek, die de macht van de senaat en de belangen van de bovenlaag wilde verdedigen tegen hervormingen voor het gewone volk.
Politieke groep in de late Romeinse Republiek die via de Volksvergadering en met steun van het gewone volk hervormingen in het voordeel van het gewone volk wilde doorvoeren.
Samenleving waarbij de bevolking in verschillende lagen of groepen is ingedeeld. De positie in de samenleving werd bepaald door afkomst of geboorte.
De Romeinse samenleving was verdeeld in verschillende standen. Elke stand verschillende sociale positie en rechten.
Rechten waarover iemand beschikt omdat hij burger is van een stadstaat of land.
Een lid van de Romeinse adel. Het woord is afkomstig van pater, het Latijnse woord voor vader.
De gewone Romeinse burger, vaak boeren, ambachtslieden en handelaars.
De toestand waarin mensen niet vrij zijn, omdat ze het bezit zijn van iemand anders.
De hoogste magistraat in de Romeinse republiek. Voorzitter van de senaat en opperbevelhebber van het leger.
Een driemanschap, samenwerking of regering door drie leden.
Rijke elite in de late Romeinse Republiek, die de macht van de senaat en de belangen van de bovenlaag wilde verdedigen tegen hervormingen voor het gewone volk.
Politieke groep in de late Romeinse Republiek die via de Volksvergadering en met steun van het gewone volk hervormingen in het voordeel van het gewone volk wilde doorvoeren.
Gewapende vrede in het Romeinse Rijk die zorgde voor stabilieit en economische groei.
Een vorm van politieke reclame, waarbij leiders zich beter laten voorstellen dan ze werkelijk zijn.
Viermanschap: twee keizers en twee hulpkeizers heersten over het Romeinse Rijk.
Het vermengen van één of twee culturen tot één cultuur die elementen van de verschillende culturen bevat.
Verzamelnaam gebruikt door de Romeinen voor alle bevolkingsgroepen die ten oosten van de Rijn woonden.
De Germanen die als bondgenoten werden toegelaten in het West-Romeinse Rijk.
Iedereen is vrij om een religie of levensbeschouwing te kiezen
Geloven in één god.
De officiële geloofsovertuiging van een land. In het Romeinse Rijk ging men nog een stapje verder en moest iedereen deze godsdienst beoefenen.