Tot welke woordsoort behoort het vetgedrukte woord in de zin?
Vandaag heb ik drie waterijsjes gegeten, omdat het warm was. Ik gaf er eentje aan mijn zus, want we hebben veel aan elkaar. Haar ijsje was lekkerder dan het mijne: het was sneller op. Ach, wat maakt het uit? Ik heb er ook enorm van genoten. Niemand kan me dat afnemen.
zn
bn
telw
tw
vw
ww
vz
vn
lw
bw
Tot welke woordsoort behoort het vetgedrukte woord in de zin?
Vandaag heb ik drie waterijsjes gegeten, omdat het warm was. Ik gaf er eentje aan mijn zus, want we hebben veel aan elkaar. Haar ijsje was lekkerder dan het mijne: het was sneller op. Ach, wat maakt het uit? Ik heb er ook enorm van genoten. Niemand kan me dat afnemen.
zn
bn
telw
tw
vw
ww
vz
vn
lw
bw
Tot welke woordsoort behoort het vetgedrukte woord in de zin?
Vandaag heb ik drie waterijsjes gegeten, omdat het warm was. Ik gaf er eentje aan mijn zus, want we hebben veel aan elkaar. Haar ijsje was lekkerder dan het mijne: het was sneller op. Ach, wat maakt het uit? Ik heb er ook enorm van genoten. Niemand kan me dat afnemen.
zn
bn
telw
tw
vw
ww
vz
vn
lw
bw
Tot welke woordsoort behoort het vetgedrukte woord in de zin?
Vandaag heb ik drie waterijsjes gegeten, omdat het warm was. Ik gaf er eentje aan mijn zus, want we hebben veel aan elkaar. Haar ijsje was lekkerder dan het mijne: het was sneller op. Ach, wat maakt het uit? Ik heb er ook enorm van genoten. Niemand kan me dat afnemen.
zn
bn
telw
tw
vw
ww
vz
vn
lw
bw
Tot welke woordsoort behoort het vetgedrukte woord in de zin?
Vandaag heb ik drie waterijsjes gegeten, omdat het warm was. Ik gaf er eentje aan mijn zus, want we hebben veel aan elkaar. Haar ijsje was lekkerder dan het mijne: het was sneller op. Ach, wat maakt het uit? Ik heb er ook enorm van genoten. Niemand kan me dat afnemen.
zn
bn
telw
tw
vw
ww
vz
vn
lw
bw
Tot welke woordsoort behoort het vetgedrukte woord in de zin?
Vandaag heb ik drie waterijsjes gegeten, omdat het warm was. Ik gaf er eentje aan mijn zus, want we hebben veel aan elkaar. Haar ijsje was lekkerder dan het mijne: het was sneller op. Ach, wat maakt het uit? Ik heb er ook enorm van genoten. Niemand kan me dat afnemen.
zn
bn
telw
tw
vw
ww
vz
vn
lw
bw
Tot welke woordsoort behoort het vetgedrukte woord in de zin?
Vandaag heb ik drie waterijsjes gegeten, omdat het warm was. Ik gaf er eentje aan mijn zus, want we hebben veel aan elkaar. Haar ijsje was lekkerder dan het mijne: het was sneller op. Ach, wat maakt het uit? Ik heb er ook enorm van genoten. Niemand kan me dat afnemen.
zn
bn
telw
tw
vw
ww
vz
vn
lw
bw
Tot welke woordsoort behoort het vetgedrukte woord in de zin?
Vandaag heb ik drie waterijsjes gegeten, omdat het warm was. Ik gaf er eentje aan mijn zus, want we hebben veel aan elkaar. Haar ijsje was lekkerder dan het mijne: het was sneller op. Ach, wat maakt het uit? Ik heb er ook enorm van genoten. Niemand kan me dat afnemen.
zn
bn
telw
tw
vw
ww
vz
vn
lw
bw
Tot welke woordsoort behoort het vetgedrukte woord in de zin?
Vandaag heb ik drie waterijsjes gegeten, omdat het warm was. Ik gaf er eentje aan mijn zus, want we hebben veel aan elkaar. Haar ijsje was lekkerder dan het mijne: het was sneller op. Ach, wat maakt het uit? Ik heb er ook enorm van genoten. Niemand kan me dat afnemen.
zn
bn
telw
tw
vw
ww
vz
vn
lw
bw
Tot welke woordsoort behoort het vetgedrukte woord in de zin?
Vandaag heb ik drie waterijsjes gegeten, omdat het warm was. Ik gaf er eentje aan mijn zus, want we hebben veel aan elkaar. Haar ijsje was lekkerder dan het mijne: het was sneller op. Ach, wat maakt het uit? Ik heb er ook enorm van genoten. Niemand kan me dat afnemen.
zn
bn
telw
tw
vw
ww
vz
vn
lw
bw
Tot welke woordsoort behoort het vetgedrukte woord in de zin?
Vandaag heb ik drie waterijsjes gegeten, omdat het warm was. Ik gaf er eentje aan mijn zus, want we hebben veel aan elkaar. Haar ijsje was lekkerder dan het mijne: het was sneller op. Ach, wat maakt het uit? Ik heb er ook enorm van genoten. Niemand kan me dat afnemen.
zn
bn
telw
tw
vw
ww
vz
vn
lw
bw
Tot welke woordsoort behoort het vetgedrukte woord in de zin?
Vandaag heb ik drie waterijsjes gegeten, omdat het warm was. Ik gaf er eentje aan mijn zus, want we hebben veel aan elkaar. Haar ijsje was lekkerder dan het mijne: het was sneller op. Ach, wat maakt het uit? Ik heb er ook enorm van genoten. Niemand kan me dat afnemen.
zn
bn
telw
tw
vw
ww
vz
vn
lw
bw
Tot welke woordsoort behoort het vetgedrukte woord in de zin?
Vandaag heb ik drie waterijsjes gegeten, omdat het warm was. Ik gaf er eentje aan mijn zus, want we hebben veel aan elkaar. Haar ijsje was lekkerder dan het mijne: het was sneller op. Ach, wat maakt het uit? Ik heb er ook enorm van genoten. Niemand kan me dat afnemen.
zn
bn
telw
tw
vw
ww
vz
vn
lw
bw
Tot welke woordsoort behoort het vetgedrukte woord in de zin?
Die ijsjes vond ik lekker! Heb jij het ijsje ook geproefd?
zn
bn
telw
tw
vw
ww
vz
vn
lw
bw
Wat is het vetgedrukte voornaamwoord in de zin?
Vandaag heb ik drie waterijsjes gegeten, omdat het warm was. Ik gaf er eentje aan mijn zus, want we hebben veel aan elkaar. Haar ijsje was lekkerder dan het mijne: het was sneller op. Ach, wat maakt het uit? Ik heb er ook enorm van genoten. Niemand kan me dat afnemen. Die ijsjes vond ik lekker! Heb jij het ijsje ook geproefd?
pvn (onderwerpsvorm)
pvn (voorwerpsvorm)
bvn (bijvoeglijk)
bvn (zelfstandig)
avn
vvn
Wat is het vetgedrukte voornaamwoord in de zin?
Vandaag heb ik drie waterijsjes gegeten, omdat het warm was. Ik gaf er eentje aan mijn zus, want we hebben veel aan elkaar. Haar ijsje was lekkerder dan het mijne: het was sneller op. Ach, wat maakt het uit? Ik heb er ook enorm van genoten. Niemand kan me dat afnemen. Die ijsjes vond ik lekker! Heb jij het ijsje ook geproefd?
pvn (onderwerpsvorm)
pvn (voorwerpsvorm)
bvn (bijvoeglijk)
bvn (zelfstandig)
avn
vvn
Wat is het vetgedrukte voornaamwoord in de zin?
Vandaag heb ik drie waterijsjes gegeten, omdat het warm was. Ik gaf er eentje aan mijn zus, want we hebben veel aan elkaar. Haar ijsje was lekkerder dan het mijne: het was sneller op. Ach, wat maakt het uit? Ik heb er ook enorm van genoten. Niemand kan me dat afnemen. Die ijsjes vond ik lekker! Heb jij het ijsje ook geproefd?
pvn (onderwerpsvorm)
pvn (voorwerpsvorm)
avn
vvn
bvn (bijvoeglijk)
bvn (zelfstandig)
Wat is het vetgedrukte voornaamwoord in de zin?
Vandaag heb ik drie waterijsjes gegeten, omdat het warm was. Ik gaf er eentje aan mijn zus, want we hebben veel aan elkaar. Haar ijsje was lekkerder dan het mijne: het was sneller op. Ach, wat maakt het uit? Ik heb er ook enorm van genoten. Niemand kan me dat afnemen. Die ijsjes vond ik lekker! Heb jij het ijsje ook geproefd?
pvn (onderwerpsvorm)
pvn (voorwerpsvorm)
avn
vvn
bvn (bijvoeglijk)
bvn (zelfstandig)
Wat is het vetgedrukte voornaamwoord in de zin?
Vandaag heb ik drie waterijsjes gegeten, omdat het warm was. Ik gaf er eentje aan mijn zus, want we hebben veel aan elkaar. Haar ijsje was lekkerder dan het mijne: het was sneller op. Ach, wat maakt het uit? Ik heb er ook enorm van genoten. Niemand kan me dat afnemen. Die ijsjes vond ik lekker! Heb jij het ijsje ook geproefd?
pvn (onderwerpsvorm)
pvn (voorwerpsvorm)
avn
vvn
bvn (zelfstandig)
bvn (bijvoeglijk)
Wat is het vetgedrukte voornaamwoord in de zin?
Vandaag heb ik drie waterijsjes gegeten, omdat het warm was. Ik gaf er eentje aan mijn zus, want we hebben veel aan elkaar. Haar ijsje was lekkerder dan het mijne: het was sneller op. Ach, wat maakt het uit? Ik heb er ook enorm van genoten. Niemand kan me dat afnemen. Die ijsjes vond ik lekker! Heb jij het ijsje ook geproefd?
pvn (onderwerpsvorm)
pvn (voorwerpsvorm)
avn
vvn
bvn (zelfstandig)
bvn (bijvoeglijk)
Wat is het vetgedrukte voornaamwoord in de zin?
Vandaag heb ik drie waterijsjes gegeten, omdat het warm was. Ik gaf er eentje aan mijn zus, want we hebben veel aan elkaar. Haar ijsje was lekkerder dan het mijne: het was sneller op. Ach, wat maakt het uit? Ik heb er ook enorm van genoten. Niemand kan me dat afnemen. Die ijsjes vond ik lekker! Heb jij het ijsje ook geproefd?
pvn (onderwerpsvorm)
pvn (voorwerpsvorm)
avn
vvn
bvn (zelfstandig)
bvn (bijvoeglijk)
Welke soort aanhaling kan je lezen?
"Mona," zei mama, "wat denk je van deze jurk?"
beginaanhaling
eindaanhaling
onderbroken aanhaling
Welke soort aanhaling kan je lezen?
De prins riep: "Ga weg uit mijn kasteel!"
beginaanhaling
eindaanhaling
onderbroken aanhaling
Welke soort aanhaling kan je lezen?
"Geen medelijden met hen!" schreeuwt de koning.
beginaanhaling
eindaanhaling
onderbroken aanhaling
Onderstaande zin is een voorbeeld van directe rede.
Ik vraag aan de koning of ik hem mag zien morgen.
Onderstaande zin is een voorbeeld van indirecte rede.
"Mag ik je morgen zien?" vroeg ik aan de koning.
Schrijf het woord met een correct woordteken.
meervoud van melodie
Schrijf het woord met een correct woordteken.
meervoud van pony
Schrijf het woord met een correct woordteken.
verkleinwoord van sms
Schrijf het woord met een correct woordteken.
koekautomaat en drankautomaat
Schrijf het woord met een correct woordteken.
meervoud van lolly
Schrijf het woord met een correct woordteken.
pmd + zak
Schrijf het woord met een correct woordteken.
de smartphone van Cleo --> ... smartphone
Schrijf het woord met een correct woordteken.
de smartphone van Wim --> ... smartphone
Schrijf het woord met een correct woordteken.
de smartphone van Britney --> ... smartphone
Schrijf het woord met een correct woordteken.
meervoud paraplu
Schrijf het woord met een correct woordteken.
meervoud dictee
Schrijf het woord met een correct woordteken.
meervoud panda
Schrijf het woord met een correct woordteken.
s avonds ga ik vroeg slapen.
Schrijf het woord met een correct woordteken.
Dit is het adres van Claudia. Dit is dus ... adres.
Schrijf het woord met een correct woordteken.
Dit zijn de sleutels van Naomi. Dit zijn dus ... sleutels.
Schrijf het woord met een correct woordteken.
Dit is de jas van Lotte. Dit is dus ... jas.
Schrijf het woord met een correct woordteken.
Dit is het broertje van Felix. Dit is dus ... broertje
Schrijf het woord met een correct woordteken.
Dit is het broertje van Felix. Dit is dus ... broertje
Schrijf het woord met een correct woordteken.
pinguin
Schrijf het woord met een correct woordteken.
egoist
Schrijf het woord met een correct woordteken.
patient
Schrijf het woord met een correct woordteken.
skier
Schrijf het woord met een correct woordteken.
geergerd
Schrijf het woord met een correct woordteken.
radio + omroep
Schrijf het woord met een correct woordteken.
auto + ongeval
Schrijf het woord met een correct woordteken.
ex + profvoetballer
Schrijf het woord met een correct woordteken.
A4 + formaat
Onderstaande zin is ...
De examens komen eraan en ik vind het spannend.
enkelvoudige zin
samengestelde zin (onderschikking)
samengestelde zin (nevenschikking)
Onderstaande zin is ...
Deze quiz is leuk, omdat het een race is.
enkelvoudige zin
samengestelde zin (onderschikking)
samengestelde zin (nevenschikking)
Onderstaande zin is ...
Muziek doet me echt ontspannen.
enkelvoudige zin
samengestelde zin (onderschikking)
samengestelde zin (nevenschikking)
Onderstaande zin is ...
Muziek doet me echt ontspannen en ik luister er elke dag naar.
enkelvoudige zin
samengestelde zin (onderschikking)
samengestelde zin (nevenschikking)
Een feit is...
objectief
subjectief
Een mening is...
objectief
subjectief
Zet volgende zin om naar een beginaanhaling.
Cyriel zegt: "Ik ben dol op spruitjes met spek."
Zet volgende zin om naar een eindaanhaling.
"Ik", fluistert Evelien, "ben zo gelukkig!"
Zet volgende zin om naar een onderbroken aanhaling.
"Ik eet graag fruit en het is gezond!" vertelt Ona.
Zet volgende zin om naar een onderbroken aanhaling.
"Oh, wat heb ik honger!" roept Mario.
Zet volgende zin om naar een indirecte rede.
"Het zijn heel mooie bloemen", zegt Luc
Zet volgende zin om naar een indirecte rede.
"Vind jij het mooie schoenen?" vraagt Esther aan Marlies.
Zet volgende zin om naar een indirecte rede.
"Waar heb je de noten gekocht" vraagt Kim aan Mo.
Welk vraagwoord is vetgedrukt?
Wanneer begint de vakantie?
vragend voornaamwoord
vragend bijwoord
Welk vraagwoord is vetgedrukt?
Waar zal je naartoe gaan in de vakantie?
vragend voornaamwoord
vragend bijwoord
Welk vraagwoord is vetgedrukt?
Hoe zal je je vakantie vullen?
vragend voornaamwoord
vragend bijwoord
Welk vraagwoord is vetgedrukt?
Wat zal je doen in de vakantie?
vragend voornaamwoord
vragend bijwoord
Welk vraagwoord is vetgedrukt?
Wie zal je allemaal zien in de vakantie?
vragend voornaamwoord
vragend bijwoord
Welk vraagwoord is vetgedrukt?
Wiens vakantie zal heel leuk zijn?
vragend voornaamwoord
vragend bijwoord
Welk vraagwoord is vetgedrukt?
Welke activiteiten zal je doen in de vakantie?
vragend voornaamwoord
vragend bijwoord
Welk tekstverband herken je? ... tekstverband
"Verhuizen brengt heel wat administratieve taken met zich mee. Ten eerste moet je je adreswijziging doorgeven aan de gemeente. Bovendien is het belangrijk om je energiecontract over te zetten naar de nieuwe woning. Daarnaast moet je tijdig je internetabonnement verhuizen. Ten slotte mag je niet vergeten om je verzekeringen aan te geven."
Welk tekstverband herken je? ... tekstverband
"Veel Europese steden kampen met zware files. In tegenstelling tot de spits in Amsterdam verloopt het verkeer in Brussel vergeleken met voorgaande jaren juist een stuk vlotter."
Welk tekstverband herken je? ... tekstverband
"Eerst stapte Marie uit bed en zette ze een kop koffie. Kort daarna nam ze een verfrissende douche en kleedde ze zich aan. Vervolgens reed ze met de auto naar haar werk. Toen ze daar aankwam, bleek haar computer kapot te zijn. Intussen had haar collega al een monteur gebeld, waardoor het probleem snel werd opgelost."
Welk tekstverband herken je? ... tekstverband
"Het heeft vannacht enorm hard gestormd. Daardoor zijn er veel bomen omgevallen in het park."
Vul het vaste voorzetsel aan.
Ik ben dol ... muziek.
Vul het vaste voorzetsel aan.
Ik ben geïnteresseerd ... muziek.
Vul het vaste voorzetsel aan.
Ik ben ontgoocheld ... het gedrag van sommige leerlingen.
Vul het vaste voorzetsel aan.
Ik informeer ... een nieuwe fiets.
Vul het vaste voorzetsel aan.
Ik besteed tijd ... huiswerk.