Welk woord krijgt een hoofdletter in onderstaande zin?
Kan jij de maas op de kaart van België aanduiden?
Welk woord krijgt een hoofdletter in onderstaande zin?
Het favoriete hapje van mevrouw bradt een kaaskroketje.
Haal de fout uit de zin.
4 Euro is echt wel veel geld voor een cola.
Haal de fout uit de zin.
's Avonds kan ik minutenlangs staren naar de Maan.
In onderstaande stelling een feit of een mening?
Het is onverantwoord dat jongeren onder de 16 op sociale media mogen.
feit
mening
In onderstaande stelling een feit of een mening?
In België zijn er drie officiële landstalen: Nederlands, Frans en Duits.
feit
mening
Welke tekstverband vind je in onderstande zin?
Daarna begon de man te redden en even later viel hij.
opsommend verband
chronologisch verband
Wat is een opsommend signaalwoord/ Wat zijn de opsommende signaalwoorden?
bovendien
daarna
daarnaast
vervolgens
ten eerste
In onderstaande stelling een feit of een mening?
In ons bedrijf wordt iedereen verplicht om drie dagen per week thuis te werken.
feit
mening
In onderstaande stelling een feit of een mening?
Het zou beter zijn als iedereen verplicht drie dagen per week thuis werkt.
feit
mening
Welk SOORT werkwoord is vetgedrukt?
We hebben elke ochtend naar school gelopen.
zww
kww
huww
VD
PV
INF
IMP
Welk SOORT werkwoord is vetgedrukt?
Je moet de hond uitlaten voor 22 uur.
zww
kww
huww
VD
PV
INF
IMP
Welk SOORT werkwoord is vetgedrukt?
Ren niet in de gang!
zww
kww
huww
VD
PV
INF
IMP
Welk SOORT werkwoord is vetgedrukt?
De jas is teruggevonden in de kleedkamer.
zww
kww
huww
VD
PV
INF
IMP
Wat is de werkwoordsVORM van het vetgedrukte werkwoord?
Kom je mij morgen helpen?
zww
kww
huww
VD
PV
INF
IMP
Wat is de werkwoordsVORM van het vetgedrukte werkwoord?
We hebben een goed boek gelezen.
zww
kww
huww
VD
PV
INF
IMP
Wat is de werkwoordsVORM van het vetgedrukte werkwoord?
Hij moet nog bellen met zijn moeder.
zww
kww
huww
VD
PV
INF
IMP
Welk SOORT werkwoord is het vetgedrukte werkwoord?
Voldoende slapen is heel erg belangrijk.
zww
kww
huww
VD
PV
INF
IMP
Benoem het vetgedrukte zinsdeel. Schrijf de afkorting.
De politie vond de verboden middelen in een loods terug.
Benoem het vetgedrukte zinsdeel. Schrijf de afkorting.
De achtjarige Lenn vermijdt zijn problemen zo veel mogelijk.
Benoem het vetgedrukte zinsdeel. Schrijf de afkorting.
Tess wil haar vader leren kennen.
Benoem het vetgedrukte zinsdeel. Schrijf de afkorting.
Marie wil haar broer leren voetballen.
Benoem het vetgedrukte zinsdeel. Schrijf de afkorting.
Simon geeft Marlies een boodschappenlijstje.
Benoem de vetgedrukte zinsdelen. Wees volledig! Schrijf de afkorting.
Het wordt een spannende dag.
NWG = PV + NWD
WWG
PV + LV
Benoem de vetgedrukte zinsdelen. Wees volledig! Schrijf de afkorting.
Het goud is compleet teruggebracht.
NWG
WWG
PV + VD
Schrijf een bevelende zin van onderstaande zin.
Hier moet je plassen.
Schrijf een bevelende zin van onderstaande zin.
Je moet de choco op de boterham smeren.
Vul de gevraagde werkwoordstijd in.
De melk (bederven - ovt) door de hitte.
Vul de gevraagde werkwoordstijd in.
Hij (liegen - ovt) al vaker tegen mij.
Vul de gevraagde werkwoordstijd in.
Hij heeft al jaren aan rugpijn (lijden).
Vul de gevraagde werkwoordstijd in.
Hij heeft zijn straf zonder klagen (aanvaarden).
Vul de gevraagde werkwoordstijd in.
Ze (ontwijken - ovt) elke moeilijke vraag.
Vul de gevraagde werkwoordstijd in.
Jullie (vermelden - ovt) hun naam drie keer.
Vul de gevraagde werkwoordstijd in.
Mijn zus en ik (klinken - ovt) op het feestje.
Onderstaande zin is geschreven in de VVT.
Mijn zus en ik hadden op een feestje gedanst.
Onderstaande zin is geschreven in de OTT.
Ik heb me geamuseerd op scoutsweekend.