
Een geheel getal is een natuurlijk getal met ... + of -.
De vermenigvuldiging is ... ten opzichte van de optelling in Z.
De juiste volgorde van bewerkingen is ...
Vermenigvuldigen en delen - haakjes - optellen en aftrekken
Haakjes - vermenigvuldigen en delen - optellen en aftrekken
Optellen en aftrekken - haakjes - vermenigvuldigen en delen
Bewerkingen tussen haakjes - vermenigvuldigen en delen (links naar rechts) - optellen en aftrekken (links naar rechts)
De optelling in Z is ... want je kunt de termen van plaats wisselen zonder dat de som verandert.
-2 . 1 . 5 . (-4) =
-3 + 5 - 7 + (-4) =
5 . (-2) . (-2) . 3 =
10 - (-2) + (-4) + (-6) - (-8)
Mauro moet bij een getal 26 optellen. Per vergissing trekt hij er 26 van af. Mauro komt op -14 uit. Wat is de correcte uitkomst van de som?
Bepaal het verschil tussen het grootste en het kleinste geheel getal dat je kunt maken met de cijfers 6, 1 en 7.
Vul aan met één van de bewerkingsteken +, -; . of : en breng, indien nodig, haakjes aan zodat je een gelijkheid krijgt.
-17 ... 20 ... 4 = -22
Vul aan met één van de bewerkingsteken +, -; . of : en breng, indien nodig, haakjes aan zodat je een gelijkheid krijgt.
16 ... 6 ... 5 ... 12 = -10
In de mijn van Beringen weren er drie ondergrondse niveaus, ze bevonden zich op -727 m, -789 m en op -850 m. Hoeveel meter daalde een mijnwerker af als hij met de lift van het eerste ondergrondse naar het derde ondergrondse niveau ging?
Bij het aanplanten van de tuin moeten we een put met een diepte van 60 cm graven om een boom met kluit te planten. De boom die we gekocht hebben, heeft een totale lengte van 2,45 m (wortels inbegrepen). Hoe hoog komt de top van de boom als hij geplant is?
185 cm
1,95 m
305 cm
- 3,05 m
Lieze meet de temperatuur om zeven uur in de ochtend en die bedraagt -1°C. Diezelfde dag meet zij op de middag de temperatuur en is het 5°C. Met hoeveel graden is de temperatuur gestegen?
4
-6
6
-4
De rekening van Benthe staat op -375 euro. Ze doet een storting van 175 euro. Wat is de nieuwe rekeningstand?
200
-200
550
-550
Lies heeft een schuld van 470 euro op haar bankrekening. Zij moet echter dringend gaan tanken en dat kost haar nogmaals 52 euro. Hoeveel staat er nu op haar bankrekening?
522
418
-522
-418
2 . (9 - 7) + 15 : 3 . 5 =
(24 - 2 . 6) : 2 + 5 =
14 + (7 . 4 - 5 . 3) =